Kamer tegen strengere vorstverletregeling
Tijdens een debat over het arbeidsmarktbeleid bleek een meerderheid in de Tweede Kamer tegen de strengere regelgeving rondom de vorstverletregeling te zijn.
De nieuwe, aangescherpte regeling zou op 1 april ingaan, maar is nu met een half jaar uitgesteld door minister Asscher (Sociale Zaken). Aanleiding hiervoor is het protest van coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen CDA, SP en ChristenUnie. Zij eisen een aanpassing van de nieuwe regeling.
Werkgevers hebben door de nieuwe regeling te maken met een eigen risico van drie weken als hun werknemers door de kou niet kunnen werken. Dit ligt besloten in het sociaal akkoord van 2013. Verder zouden ze pas een WW-uitkering voor hun werknemers kunnen krijgen na twee weken te koud weer.
Onder andere uit de bouwsector komt het geluid dat de periode van een eigen risico van drie weken te lang is. In 2014 adviseerde de Sociaal-Economische Raad (SER) het kabinet om de nieuwe vorstverletregeling al in datzelfde jaar te schrappen. Volgens de SER is het aan de branches zelf om afspraken te maken over vorstverlet in hun cao’s.
Asscher heeft aangegeven iets te zullen doen aan de nadelen van de nieuwe regelgeving voor specifieke sectoren, zoals de bouw en glazenwassersbranche. Met de nieuwe vorstverletregeling zouden volgens hem overigens ook al nadelen uit de oude regeling worden weggenomen.