Laagopgeleiden later met pensioen dan hoogopgeleiden

Het verschil in werkelijke pensioenleeftijd tussen mensen van verschillende opleidingsniveaus wordt steeds groter. Hoogopgeleiden gaan gemiddeld al enkele maanden voor hun 64ste met pensioen. Laagopgeleiden, die vaak de zwaarste beroepen uitoefenen en minder lang leven dan andere Nederlanders, stoppen ruim een jaar later.

Deze conclusie trok Raymond Montizaan van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Hij combineerde statistieken van het CBS over de werkelijke pensioenleeftijd met opleidingsgegevens uit de jaarlijkse Enquête Beroeps Bevolking.

Het verschil in pensioenleeftijd is ontstaan door het geleidelijk afschaffen van de vut en het prepensioen (vanaf 2006) en de verhoging van de AOW-leeftijd (vanaf 2013). In 2005 gingen laag- en hoogopgeleiden vrijwel tegelijkertijd met pensioen (vlak voor 61 jaar). Een decennia later is de gemiddelde pensioenleeftijd in de praktijk 64,5 jaar. Hoogopgeleiden stopten in 2015 enkele maanden voor hun 64ste, middelbaar geschoolden enkele maanden na hun 64ste en laagopgeleiden op hun 65ste.

Vroegtijdig met pensioen een luxegoed voor vermogenden
Volgens Montizaan is het vrij simpel waarom hoogopgeleiden eerder stoppen met werken: zij kunnen het zich financieel veroorloven en kunnen hun eigen vermogen aanspreken zodra ze stoppen. Laagopgeleiden hebben tijdens hun carrière over het algemeen minder vermogen kunnen opbouwen en hun aanvullend pensioen is lager, waardoor ze afhankelijker zijn van hun AOW-uitkering, die steeds later ingaat.

Verschil rechtvaardig?
Als je kijkt naar de levensverwachting kun je je afvragen of het rechtvaardig is dat laagopgeleiden later stoppen. Het is wrang, maar laagopgeleiden hebben een veel lagere levensverwachting dan hoogopgeleiden. Mensen met een hbo- of wo-opleiding leven gemiddeld 72 jaar in goede gezondheid. Laagopgeleiden slechts 53 jaar. Dit blijkt uit CBS-cijfers.

Zware beroepen
Mensen met een zwaar beroep, denk bijvoorbeeld aan metselaars, timmermannen of verpleegkundigen,verouderen in een jaar tijd biologisch gezien niet 12, maar 28 maanden. Deze groep betaalt dus een hoge prijs voor hun arbeid. Arbeidseconoom Ronald Dekker van de universiteit Tilburg vindt het goed dat dit nu eens met gedegen cijfers wordt onderbouwd. Volgens hem dragen de ‘armen’ feitelijk pensioengeld over aan de rijken. Laagopgeleiden beginnen immers eerder met werken en stoppen later, maar overlijden ook op jongere leeftijd. Hoogopgeleiden profiteren zo van de door laagopgeleiden betaalde AOW- en pensioenpremies.

Bron: Volkskrant.nl