Bouwplaats-ID voorlopig van de baan

De  invoering van de nationale ‘Bouwplaats-ID’ is voorlopig uitgesteld. Om de veiligheid op bouwplaatsen te verbeteren is de invoering van een pasje dat iedereen op de bouwplaats bij zich moet hebben gewenst, maar de partners komen er samen niet uit. Werkgevers en werknemers in de bouwbranche zijn het oneens over de uitvoering van de pas en over het onderling delen van informatie. Het nieuws over de onenigheid werd door vakbond FNV Bouw naar buiten gebracht.

Samen met de vakbonden besloot de bouwbranche ruim 2 jaar geleden om de invoering van de Bouwplaats-ID op te nemen in de cao. De pas moet allerhande gegevens van de medewerker bevatten; de aard van de arbeidsrelatie, behaalde diploma’s en certificaten, etc. Al het personeel op een bouwplaats dient de pas bij zich te dragen; werknemers van (onder)aannemers, flexkrachten, inleners en zzp’ers. Behalve het verbeteren van de veiligheid zorgt de Bouwplaats-ID dat er makkelijker gecontroleerd kan worden op zaken als illegale arbeid, uitbuiting en schijnzelfstandigheid.

Bouwend Nederland en de Aannemers Federatie Nederland stonden aanvankelijk achter het akkoord. De bonden willen een centrale registratie bij een onafhankelijk bureau en willen ook dat het Bureau Naleving, een gezamenlijk bureau van werkgevers en werknemers dat moet toezien op naleving van de cao, toegang heeft tot de gegevens. De werkgevers willen veel minder ver gaan. Zij willen de uitgifte van passen en het beheer van de gegevens in de handen van de individuele werkgevers houden en het Bureau Naleving geen toegang geven tot de data.

Hiermee zijn de onderhandelingen over de Bouwplaats-ID vastgelopen. De invoering is hierdoor onzeker geworden.