Uitzendbranche zet vraagtekens bij Bouw-cao
Strookt de nieuwe Bouw-cao nog met de afspraken die de bouw met de uitzendsector maakte? In grote lijnen wel, maar de Algemene Bond voor Uitzendorganisaties (ABU) zet vraagtekens bij de eis dat alle uitzendkrachten ‘als vakkracht behandeld dienen te worden’.
De uitzendsector en de bouwsector hebben hun afspraken over de organisatie van flexibele arbeid in de bouwsector van oudsher vastgelegd in het bouwakkoord. Of de ABU cao moet worden aangepast nu ook de Bouw-cao is gewijzigd, is nog niet duidelijk. De ABU geeft alvast wel aan dat er vraagtekens geplaatst worden bij het beginsel dat alle uitzendkrachten als vakkrachten dienen te worden behandeld. Dit zou volgens de brancheorganisatie de opstapfunctie van de uitzendbranche kunnen belemmeren. Het is immers via de uitzendbranche dat veel mensen in- en doorstromen in de bouwsector. De ABU geeft aan dat ze de bouwsector om nadere verduidelijking vraagt over deze nieuwe afspraak.
Een belangrijk gespreksonderwerp tussen de bouw en de ABU is malafiditeit. Wat de ABU betreft zouden bonafide uitzendondernemingen altijd met 1-0 moeten voorstaan ten opzichte van dubieuze concurrenten. De vraag is of dit altijd het geval is. Dit is dan ook iets dat de ABU kritisch volgt. De geplande invoering van de Bouwe ID pas zou een positieve bijdrage kunnen leveren aan die naleving en beter inzicht in de keten. Tegelijkertijd wil de ABU niet dat dit tot nieuwe administratieve lasten lijdt.